Kennisbank

Begrippenlijst: plattegronden, oppervlaktes en bestanden van A tot Z

Bijgewerkt op

Wie met plattegronden werkt, krijgt te maken met begrippen uit drie werelden: de meetinstructie voor woningen, het tekenen zelf, en de bestanden en systemen zoals Funda en het energielabel. Op deze pagina staan de belangrijkste begrippen kort uitgelegd, gegroepeerd per onderwerp. Bij de meeste begrippen staat een link naar een artikel waarin het uitgebreid aan bod komt. De uitleg over oppervlaktes volgt de Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen (versie juli 2019) en de vragenlijst (versie januari 2023).

Oppervlakte en meten

  • Binnenwerks: Gemeten aan de binnenkant van de muren. De gebruiksoppervlakte en de maten van ruimtes op een plattegrond zijn binnenwerks.
  • Buitenwerks: Gemeten aan de buitenkant, inclusief de muren. De bruto inhoud wordt buitenwerks bepaald.
  • Bergzolder: Een zolder die je niet met een vaste trap bereikt, of met minder dan 0,5 m² raam. Een bergzolder is overige inpandige ruimte, hoe hoog hij ook is. Een vlizotrap telt niet als vaste trap.
  • Bruto inhoud: De inhoud van een woning in m³, buitenwerks gemeten, per bouwlaag de bruto vloeroppervlakte maal de bruto hoogte. Er is een aparte meetinstructie voor. Zie Inhoud van een woning berekenen.
  • Bouwlaag: Een verdieping van een gebouw, zoals de begane grond, de eerste verdieping of de zolder. Je meet en rekent per bouwlaag.
  • Externe bergruimte: Een afsluitbare berging zonder woonfunctie, buiten de woning, die je alleen via buiten bereikt en die geen muur deelt met de woning. Bijvoorbeeld een losse schuur in de tuin. Zie Balkon, berging en garage.
  • Gebouwgebonden buitenruimte: Buitenruimte die direct aan of op de woning zit, zoals een balkon, dakterras, veranda of carport. Wordt apart vermeld en telt niet mee in de woonoppervlakte.
  • Gebruiksoppervlakte: De vloeroppervlakte van een ruimte, gemeten op vloerniveau tussen de wanden die de ruimte omsluiten. Bij woningen verdeeld in wonen en overige inpandige ruimte. Zie Gebruiksoppervlakte berekenen.
  • Gebruiksoppervlakte wonen: Alle ruimte binnen de woning die niet onder overige inpandige ruimte valt. In advertenties heet dit de woonoppervlakte.
  • Hoogste punt: Het hoogste punt van een ruimte bepaalt of die wonen of overige inpandige ruimte is: tussen 1,5 en 2,0 m is het overig, en ook als het deel boven 2,0 m kleiner is dan 4,0 m² (die laatste regel geldt alleen voor woonruimte die ook een deel lager dan 2,0 m heeft).
  • Knieschot: Een lage wand op een zolder, op de plek waar het schuine dak de vloer nadert. Achter een knieschot is het meestal lager dan 1,5 m.
  • Meetinstructie: De Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen, gebaseerd op NEN 2580, beschikbaar via de Waarderingskamer en de NVM. Makelaars, taxateurs en gemeenten meten ermee. Zie De 12 regels.
  • NEN 2580: De Nederlandse norm voor oppervlakten en inhouden van gebouwen. Zie NEN 2580 uitgelegd.
  • Netto hoogte: De vrije hoogte boven de vloer. Vloer met een netto hoogte lager dan 1,5 m telt niet mee in de gebruiksoppervlakte, behalve onder een trap (bij een benedenwoning met de trap naar de bovenwoning alleen het deel hoger dan 1,5 m).
  • Nok: De hoogste lijn van een schuin dak, waar de dakvlakken samenkomen.
  • Overige inpandige ruimte: Ruimte binnen de woning die minder goed bruikbaar is: te laag, alleen geschikt als berging (zoals een inpandige garage of kelder), of een bergzolder.
  • Totale inpandige gebruiksoppervlakte: Wonen plus overige inpandige ruimte. Dit getal staat in de BAG. Zie Woonoppervlakte vs gebruiksoppervlakte.
  • Trapgat: Het gat in de vloer waar de trap doorheen gaat. Een trapgat, vide of combinatie daarvan van 4,0 m² of groter trek je af van de gebruiksoppervlakte.
  • Vide: Een open ruimte over twee of meer verdiepingen. Op de bovenste verdieping een gat in de vloer, met dezelfde grens van 4,0 m² als een trapgat. Zie Trapgat, vide en dakkapel.
  • Woonoppervlakte: Geen term uit de norm, maar wat advertenties gebruiken voor de gebruiksoppervlakte wonen. Zie Woonoppervlakte berekenen.

Tekenen

  • Dakkapel: Een uitbouw in een schuin dak, meestal met een vlak dak en een raam. Onder een dakkapel schuiven de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen naar buiten.
  • Hart op hart: Een maat gemeten van het midden van de ene muur tot het midden van de andere. Komt voor op bouwtekeningen, niet op verkoopplattegronden.
  • Maatlijn: Een lijn met streepjes aan de uiteinden en een getal: de afstand tussen de streepjes.
  • Noordpijl: Een pijl die het noorden aangeeft, zodat de lezer ziet hoe de woning op de zon ligt.
  • Overtrekken: Een bestaande tekening, PDF of foto als achtergrond gebruiken, op schaal zetten met een bekende maat en eroverheen tekenen. Zie Plattegrond overtrekken.
  • Plattegrond: Een horizontale doorsnede van een verdieping, van bovenaf gezien, met muren, deuren, ramen en ruimtes. Zie Plattegrond lezen.
  • Schaal: De verhouding tussen tekening en werkelijkheid. Bij 1:100 is 1 cm op papier 1 m in het echt. Zie Schaal van een plattegrond.
  • Schaalbalk: Een balkje met maten op een tekening dat meegroeit en -krimpt bij vergroten of verkleinen.
  • Woningscheidende muur: De muur tussen twee woningen. Voor de gebruiksoppervlakte meet je tot de binnenkant, voor de bruto inhoud tot het midden.

Bestanden, Funda en presentatie

  • FML: Floorplan Markup Language, het plattegrondformaat van Floorplanner: tekst in JSON die muren, deuren, ramen, ruimtes en verdiepingen beschrijft. Funda gebruikt het voor interactieve plattegronden. Zie Wat is een FML-bestand?
  • Funda Desk: De omgeving waarin makelaars hun woningen op Funda beheren, en waarin ze een interactieve plattegrond uploaden. Zie Plattegrond Funda eisen.
  • Interactieve plattegrond: Een plattegrond die als gegevens is opgeslagen, zoals FML, in plaats van als afbeelding. Funda toont plattegronden op deze manier.
  • Invoerpartner: Het makelaarssysteem dat woninggegevens naar Funda stuurt. Volgens Funda Desk kun je een plattegrond niet via de invoerpartner aanleveren.
  • PNG, JPG, SVG, PDF: Bestandsformaten voor afbeeldingen en documenten. Zie Welk bestandsformaat voor je plattegrond?
  • Rondleidingsvideo: Een video die door een woning beweegt, gefilmd of gemaakt uit een 3D-model. Zie Virtuele rondleiding maken.
  • Huisstijl: De vaste kleuren, lettertypes, lijndiktes en het logo van een kantoor, toegepast op elke plattegrond. Zie Plattegrond in de huisstijl van de makelaar.

Registraties en energielabel

  • BAG: Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Per adres staan onder meer het bouwjaar, het gebruiksdoel en de totale inpandige gebruiksoppervlakte. Zie Oppervlakte opzoeken in de BAG.
  • EP-online: De landelijke database van energielabels, beheerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
  • NTA 8800: De Nederlandse rekenmethode voor de energieprestatie van gebouwen, sinds 1 januari 2021 gebruikt voor energielabels van woningen. Zie Plattegrond voor het energielabel.
  • Thermische zone: Het verwarmde deel van een woning binnen de geïsoleerde schil. Het energielabel rekent met de gebruiksoppervlakte van de thermische zone.
  • Waarderingskamer: De toezichthouder op de uitvoering van de Wet WOZ. Publiceert de meetinstructies voor gebruiksoppervlakte en bruto inhoud van woningen.

Hoe Dinoplan hierbij helpt

Dinoplan is plattegrondsoftware in de browser die met deze begrippen werkt: je tekent op binnenmaat, de binnenwerkse oppervlakte per ruimte en per bouwlaag wordt berekend, op zolders zie je de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen, en je exporteert naar FML, PNG, JPG, SVG en PDF in de huisstijl van je klant (PNG en JPG gratis tot Full HD met watermerk, betaald tot 8000 pixels breed). Dinoplan maakt geen NEN 2580-meetrapport en berekent geen energielabel of bruto inhoud. Heb je een meetrapport nodig, dan kun je dat laten maken bij SAM2580, van dezelfde maker als Dinoplan. Bekijk de functies, de prijzen en hoe je een plattegrond maakt.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen woonoppervlakte en gebruiksoppervlakte?

Woonoppervlakte is de gebruiksoppervlakte wonen. De totale inpandige gebruiksoppervlakte bevat daarnaast de overige inpandige ruimte, zoals een inpandige garage of bergzolder.

Wat is een vide?

Een open ruimte over twee of meer verdiepingen. Is de vide, eventueel samen met het trapgat, 4,0 m² of groter, dan trek je hem af van de gebruiksoppervlakte.

Wat is een knieschot?

Een lage wand op de zolder, waar het schuine dak de vloer nadert. Daarachter is het meestal lager dan 1,5 m, dus dat deel telt niet mee in de gebruiksoppervlakte.

Wat is een FML-bestand?

Het plattegrondformaat van Floorplanner, een tekstbestand dat de tekening als onderdelen beschrijft. Funda gebruikt het voor interactieve plattegronden.

Wat is de thermische zone?

Het verwarmde deel van de woning binnen de geïsoleerde schil. Het energielabel rekent met de gebruiksoppervlakte van die zone, bepaald volgens de NTA 8800.