Kennisbank

Trapgat, vide en dakkapel: zo teken en meet je ze op de plattegrond

Bijgewerkt op

Muren en ruimtes tekenen is het makkelijke deel. Lastiger zijn de onderdelen die door de verdiepingen heen lopen of het dak veranderen: de trap en het trapgat, een vide, een dakkapel, een schacht. Ze bepalen hoe de verdiepingen op elkaar aansluiten en ze hebben eigen regels in de meetinstructie. In dit artikel lees je hoe je elk onderdeel tekent, op welke verdieping het hoort en wat het doet met de gebruiksoppervlakte.

De regels in dit artikel komen uit de Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen (versie juli 2019) en de vragenlijst (versie januari 2023). Een overzicht van alle regels staat in NEN 2580 meetinstructie: de 12 regels.

In één tabel

OnderdeelWaar teken je hetEffect op de gebruiksoppervlakte
TrapOp de verdieping waar hij begint, met looprichtingDe vloer onder de trap telt mee, ook lager dan 1,5 m (uitzondering: trap naar een bovenwoning)
TrapgatOp de verdieping erboven, als gat in de vloerKleiner dan 4,0 m²: telt mee. 4,0 m² of groter: aftrekken
VideOp de verdieping erboven, als gat in de vloerZelfde grens: vanaf 4,0 m² aftrekken, ook samen met het trapgat
DakkapelOp de zolder, als deel van het dakVerschuift de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen naar buiten
Leidingschacht, inspringend bouwdeel, vrijstaande kolomOp elke verdieping waar hij zitKleiner dan 0,5 m²: telt mee. 0,5 m² of groter: aftrekken
LiftschachtOp elke verdiepingTelt nooit mee

De trap

Een trap teken je op de verdieping waar hij begint, als een reeks treden met een pijl voor de looprichting omhoog. De vloer onder de trap hoort bij die verdieping en telt mee voor de gebruiksoppervlakte, ook het deel dat lager is dan 1,5 m. Dat is de enige uitzondering op de 1,5 m-regel. Een trapkast onder de trap hoort bij de gebruiksoppervlakte wonen. Let op: bij een benedenwoning waarvan de trap naar de bovenwoning loopt, telt onder die trap alleen het deel hoger dan 1,5 m (vraag 7 van de vragenlijst).

Tekentips:

  • Meet de breedte van de trap, de lengte van de trap in de plattegrond en het aantal treden. Bij een kwartslag- of spiltrap meet je ook waar de draai begint.
  • Teken de trap op elke verdieping op precies dezelfde plek. Dat is het ankerpunt waarmee de lezer de verdiepingen op elkaar legt.
  • Laat op de verdieping erboven het bovenste deel van de trap zien in het trapgat, eventueel met een stippellijn voor het deel dat eronder ligt.

Een vlizotrap of een vastgeschroefde trapladder is volgens de vragenlijst geen vaste trap. Een zolder die je alleen zo bereikt, is een bergzolder: overige inpandige ruimte.

Het trapgat

Het trapgat is het gat in de vloer van de verdieping erboven. Je tekent het dus op de hogere verdieping. Voor de gebruiksoppervlakte geldt een grens van 4,0 m²: een trapgat kleiner dan 4,0 m² telt mee, een trapgat van 4,0 m² of groter trek je af.

Voorbeeld (verzonnen maten). Een rechte trap van 0,90 m breed laat een trapgat van 0,90 × 2,80 m = 2,52 m² achter. Dat is kleiner dan 4,0 m² en telt dus mee. Een brede trap met een trapgat van 1,20 × 3,60 m = 4,32 m² trek je wel af.

De vide

Een vide is een open ruimte over twee of meer verdiepingen, bijvoorbeeld boven de woonkamer. Op de bovenste verdieping is het een gat in de vloer, net als een trapgat. De meetinstructie noemt trapgat, vide of een combinatie daarvan: grenzen een trapgat en een vide aan elkaar, dan tel je ze samen. Is het samen 4,0 m² of groter, dan trek je het af.

Tekentips: teken de vide op de bovenste verdieping met de balustrade of het hekwerk eromheen. Geef op de verdieping eronder met een stippellijn aan waar de vide boven zit, zodat de lezer begrijpt waarom de woonkamer zo hoog is.

De dakkapel

Een dakkapel is een uitbouw in het schuine dak met een eigen, meestal vlak dak en een raam aan de voorkant. Onder de dakkapel is het veel hoger dan onder het schuine dak ernaast. Gevolgen voor de plattegrond:

  • De 1,5 m-lijn springt naar buiten. Onder de dakkapel is het dak hoger dan 1,5 m tot dicht bij de gevel. Dat stuk telt dus mee, terwijl het naast de dakkapel nog onder de 1,5 m valt. Op de tekening loopt de 1,5 m-lijn daarom met een uitstulping om de dakkapel heen.
  • De 2,0 m-lijn springt ook naar buiten. Een dakkapel vergroot het deel hoger dan 2,0 m. Dat kan bepalen of een zolderkamer boven de grens van 4,0 m² komt en dus wonen is.
  • Raam. Het raam van de dakkapel telt mee voor de eis van minstens 0,5 m² raam, die bepaalt of een zolder een bergzolder is.

Meet de breedte van de dakkapel, de diepte vanaf de gevel en de hoogte onder het dakkapeldak. Hoe je de lijnen onder het schuine dak zelf berekent, staat in Oppervlakte van een zolder met schuin dak.

Schacht, kolom en inspringend bouwdeel

Voor een leidingschacht, een inspringend bouwdeel of een vrijstaande constructie zoals een kolom geldt een grens van 0,5 m². Kleiner telt mee: je meet er gewoon overheen. Vanaf 0,5 m² trek je het af. Een liftschacht telt nooit mee. Radiatoren, leidingen, kabelgoten en vensterbanken negeer je altijd.

Tekentip: een kleine schacht of kolom kun je als symbool tekenen; een grote schacht teken je als apart vlak, zodat duidelijk is dat hij niet bij de ruimte hoort.

Veelgemaakte fouten

  • Elk trapgat aftrekken. Alleen vanaf 4,0 m². Een gewoon trapgat in een eengezinswoning is meestal kleiner.
  • Het trapgat op de verkeerde verdieping. Het gat zit in de vloer van de bovenste verdieping, niet op de verdieping waar de trap begint.
  • Trapgat en vide los beoordelen terwijl ze aan elkaar grenzen. De meetinstructie telt een combinatie samen.
  • De dakkapel vergeten bij de hoogtelijnen. Dan is de zolder kleiner getekend dan hij is, en soms ten onrechte overige inpandige ruimte.
  • De vloer onder de trap aftrekken omdat hij lager is dan 1,5 m. Die telt juist mee.

Hoe Dinoplan hierbij helpt

In Dinoplan teken je trappen met looprichting, en trapgaten en vides geef je apart aan. De verdieping eronder zie je als lichte schaduw, zodat de trap en het trapgat precies boven elkaar komen. Op zolders teken je het schuine dak met dakkapellen en zie je de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen; in 3D zie je het resultaat. De binnenwerkse oppervlakte per ruimte komt als tabel op de export. Eerlijk: Dinoplan trekt een getekend trapgat of vide altijd af van de ruimte, ook als het kleiner is dan 4,0 m²; pas dat zelf aan als de meetinstructie het laat meetellen. De grenzen van 4,0 m² en 0,5 m² en de indeling in wonen en overig bewaakt Dinoplan niet, en een NEN 2580-meetrapport maakt Dinoplan niet. Bekijk de functies, de prijzen of lees hoe je een plattegrond maakt.

Veelgestelde vragen

Telt een trapgat mee in de gebruiksoppervlakte?

Als het kleiner is dan 4,0 m², ja. Is het trapgat, de vide of de combinatie daarvan 4,0 m² of groter, dan trek je het af.

Telt de ruimte onder de trap mee?

Ja, ook als die lager is dan 1,5 m. Dat is de uitzondering op de 1,5 m-regel. Een trapkast hoort bij de gebruiksoppervlakte wonen. Bij een benedenwoning met de trap naar de bovenwoning telt alleen het deel hoger dan 1,5 m.

Op welke verdieping teken ik het trapgat?

Op de verdieping erboven, waar het gat in de vloer zit. De trap zelf teken je op de verdieping waar hij begint.

Wat doet een dakkapel met de oppervlakte?

Onder een dakkapel is het hoger, dus schuiven de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen naar buiten. Dat vergroot de gebruiksoppervlakte en kan bepalen of een zolderkamer wonen is.

Telt een leidingschacht mee?

Als hij kleiner is dan 0,5 m², ja. Vanaf 0,5 m² trek je hem af. Een liftschacht telt nooit mee.