Kennisbank

NEN 2580 meetinstructie: de 12 regels die je uit je hoofd moet kennen

Bijgewerkt op

De Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen is een document van een paar bladzijden, maar in de praktijk kom je steeds dezelfde twaalf regels tegen. Wie ze kent, meet sneller, tekent zonder twijfelen en hoeft achteraf niets te corrigeren. In dit artikel staan de twaalf regels op een rij, met per regel hoe je hem in een plattegrond verwerkt. De achtergrond van de norm lees je in NEN 2580 uitgelegd; een uitgewerkt rekenvoorbeeld in Gebruiksoppervlakte berekenen.

Dit artikel volgt de Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen (versie juli 2019) en de bijbehorende lijst met vragen en antwoorden (versie januari 2023). Geeft de meetinstructie geen antwoord, dan val je terug op NEN 2580 zelf.

Meten: regel 1 tot en met 4

Regel 1. Meet op vloerniveau, binnen de buitenmuren

Je meet per bouwlaag op vloerniveau, binnen de buitenmuren en de muren die de woning van de buren scheiden. De buitenmuren tellen dus niet mee. Zo teken je het: teken de buitenmuren op de binnenmaat die je hebt gemeten. De oppervlakte van de bouwlaag is dan het vlak binnen die muren.

Regel 2. Binnenwanden tellen mee

Dragende en niet-dragende binnenwanden horen bij de gebruiksoppervlakte. Je meet alsof ze er niet staan. Dit is het punt waarop de meetinstructie afwijkt van NEN 2580, die dragende wanden juist weglaat. Zo teken je het: de oppervlakte per ruimte is binnenwerks, maar de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag is het hele vlak binnen de buitenmuren, inclusief de binnenwanden. Wie per kamer meet en optelt, komt te laag uit.

Regel 3. Kleine obstakels negeer je

Radiatoren, leidingen, kabelgoten, kozijnen en vensterbanken haal je niet van de oppervlakte af. Zo teken je het: teken ze niet als wand. Een radiator mag als symbool in de tekening, maar hij verandert de oppervlakte niet.

Regel 4. De grens van 0,5 m²

Een kolom, uitsparing of inspringend bouwdeel kleiner dan 0,5 m² telt mee. Een leidingschacht, inspringend bouwdeel of vrijstaande constructie van 0,5 m² of groter trek je af. Zo teken je het: een kleine schacht laat je in de ruimte zitten; een grote schacht teken je als apart vlak dat je van de oppervlakte afhaalt.

Hoogte: regel 5 tot en met 7

Regel 5. Lager dan 1,5 m telt niet mee

Vloer met een netto hoogte onder 1,5 m hoort niet bij de gebruiksoppervlakte. Dat kom je vooral tegen onder schuine daken. De uitzondering is de ruimte onder een trap: die telt wel mee. Zo teken je het: teken op een zolder de lijn waar het dak 1,5 m hoog is. De strook daarbuiten gaat eraf. De trapkast reken je gewoon mee.

Regel 6. Het hoogste punt bepaalt wonen of overig

Ligt het hoogste punt van een ruimte tussen 1,5 en 2,0 m, dan is de hele ruimte overige inpandige ruimte. Ligt het hoogste punt boven 2,0 m, maar is het deel hoger dan 2,0 m samen kleiner dan 4,0 m², dan geldt hetzelfde. In alle andere gevallen is de ruimte wonen, inclusief de stroken tussen 1,5 en 2,0 m. Zo teken je het: teken ook de 2,0 m-lijn. Het vlak tussen de twee 2,0 m-lijnen is het deel hoger dan 2,0 m; is dat 4,0 m² of meer, dan is de zolderkamer wonen.

Regel 7. Een badkamer of toilet met laag plafond

Voor ruimtes die je maar kort gebruikt, zoals een badkamer of toilet met een verlaagd plafond, maakt de vragenlijst een uitzondering op de 2,0 m-grens. Voorwaarde is dat de ruimte nog redelijk bruikbaar is. Zo teken je het: reken zo’n ruimte als wonen; je hoeft er geen hoogtelijn in te tekenen.

Aftrekken: regel 8 tot en met 9

Regel 8. Trapgat en vide: de grens van 4,0 m²

Een trapgat, vide of combinatie daarvan van 4,0 m² of groter trek je af. Kleiner dan 4,0 m² telt mee. Zo teken je het: teken het trapgat als vlak op de verdieping waar het gat in de vloer zit. Is het 4,0 m² of groter, dan gaat het eraf; anders laat je het meetellen.

Regel 9. Wat nooit meetelt

Ruimtes waar mensen niet kunnen komen, zoals een zolder zonder begaanbare vloer, en liftschachten tellen niet mee. Zo teken je het: teken zo’n ruimte wel, zodat de plattegrond compleet is, maar geef hem geen oppervlakte of markeer hem als niet meetellend.

Indelen: regel 10 tot en met 12

Regel 10. Vier categorieën

Je verdeelt de oppervlakte in gebruiksoppervlakte wonen, overige inpandige ruimte, gebouwgebonden buitenruimte en externe bergruimte. Keuken, gang, badkamer, toilet, meterkast, trapkast en vaste kasten horen altijd bij wonen. Twijfel je, dan reken je een ruimte als wonen. Zo teken je het: geef elke ruimte een type, zodat je per categorie kunt optellen. Een balkon of dakterras teken je apart als buitenruimte.

Regel 11. Bergzolder, garage en kelder

Een zolder zonder vaste trap, of met minder dan 0,5 m² raam, is een bergzolder en dus overige inpandige ruimte. Een vlizotrap of een vastgeschroefde trapladder telt volgens de vragenlijst niet als vaste trap. Een inpandige garage, kelder of fietsenstalling die bouwkundig alleen geschikt is als berging, is ook overige inpandige ruimte. Zo teken je het: teken de trap zoals hij is, en noteer bij de zolder of er een vaste trap en een raam zijn. Een omgebouwde, geïsoleerde garage waar geen auto meer in kan, mag volgens de vragenlijst wel wonen zijn.

Regel 12. Buitenruimte en externe berging

Overdekte buitenruimte meet je tot de rand van de overkapping; open buitenruimte tot het hek, de dakrand of de rand van de vloer. Een externe bergruimte is een afsluitbare berging zonder woonfunctie, die je alleen via buiten bereikt en die geen muur deelt met de woning. Een carport heeft geen wanden rondom en is dus geen berging, maar kan wel gebouwgebonden buitenruimte zijn. Zo teken je het: teken de schuur als los gebouw op dezelfde tekening of op een eigen verdieping, en meet hem binnenwerks net als de woning.

De twaalf regels in één tabel

RegelGrens of kernOp de tekening
1. Binnen de buitenmurenOp vloerniveau, buitenmuren tellen nietBuitenmuren op binnenmaat
2. Binnenwanden tellen meeDragend en niet-dragendTotaal per bouwlaag, niet per kamer optellen
3. Kleine obstakelsRadiator, leiding, kozijnNiet als wand tekenen
4. Schacht of kolomVanaf 0,5 m² erafGroot: apart vlak
5. Lage vloerOnder 1,5 m eraf, behalve onder trap1,5 m-lijn op zolder
6. Hoogste puntOnder 2,0 m, of deel boven 2,0 m kleiner dan 4,0 m²: overig2,0 m-lijn op zolder
7. Kort gebruikBadkamer, toilet: uitzondering op 2,0 mAls wonen rekenen
8. Trapgat en videVanaf 4,0 m² erafTrapgat als vlak
9. Onbereikbaar, liftTelt nooit meeTekenen, geen oppervlakte
10. Vier categorieënTwijfel is wonenElke ruimte een type
11. Bergzolder, garage, kelderVaste trap en 0,5 m² raam; alleen berging is overigTrap en raam vastleggen
12. Buiten en bergingTot overkapping of rand; berging zonder gedeelde muurSchuur apart, binnenwerks

Hoe Dinoplan hierbij helpt

In Dinoplan teken je de muren op binnenmaat en rekent het programma de binnenwerkse oppervlakte per ruimte en per verdieping uit. Op een zolder teken je het dakvlak en zie je de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen in de tekening, zodat regel 5 en 6 zichtbaar zijn voor jou en voor de koper. Trapgaten en vides geef je apart aan, en de oppervlaktetabel komt mee op de PNG of PDF. Wat Dinoplan niet doet: de vier categorieën optellen tot een officieel NEN 2580-meetrapport. Heb je een meetrapport nodig, dan kun je dat laten maken, bijvoorbeeld bij SAM2580, van dezelfde maker als Dinoplan. Bekijk de functies, de prijzen of lees hoe je een plattegrond maakt.

Veelgestelde vragen

Is de meetinstructie hetzelfde als NEN 2580?

Niet helemaal. De meetinstructie is gebaseerd op NEN 2580, maar wijkt op twee punten af: ze verdeelt de inpandige ruimte in wonen en overige inpandige ruimte, en ze laat dragende binnenwanden meetellen. Geeft de meetinstructie geen antwoord, dan geldt NEN 2580.

Moet ik de 1,5 m-lijn en de 2,0 m-lijn allebei tekenen?

De 1,5 m-lijn bepaalt wat eraf gaat; de 2,0 m-lijn bepaalt of de ruimte wonen of overige inpandige ruimte is. Teken ze allebei, dan is de tekening te controleren.

Telt een trapgat van 3 m² mee?

Ja. Alleen een trapgat, vide of combinatie daarvan van 4,0 m² of groter trek je af.

Wat doe ik als ik twijfel tussen wonen en overig?

De meetinstructie zegt: bij twijfel reken je de ruimte als wonen. Controleer wel eerst de regels over hoogte, vaste trap en bergingen.

Mag ik de oppervlakte met software bepalen?

Ja. De meetinstructie zegt dat je de oppervlakte met geschikte software mag bepalen in plaats van met de hand.