Kennisbank
Plattegrond voor het energielabel: waarom de gebruiksoppervlakte telt
Een energielabel voor een woning wordt bepaald met de NTA 8800, de Nederlandse rekenmethode voor de energieprestatie van gebouwen. Die methode rekent met de gebruiksoppervlakte van de woning. Een energielabel-adviseur moet de woning daarom tijdens de opname goed vastleggen, en een plattegrond met maten is daarvoor de meest overzichtelijke vorm. In dit artikel lees je waarom, en wat er op zo’n plattegrond hoort.
Hoe komt een energielabel tot stand?
Sinds 1 januari 2021 wordt het energielabel van woningen bepaald met de NTA 8800. Een gecertificeerde energielabel-adviseur bezoekt de woning en doet een opname. Daarbij legt de adviseur vast hoe de woning is gebouwd en geïsoleerd, welke installaties er zijn en hoe groot de woning is. Met die gegevens berekent de rekensoftware de energieprestatie. Het resultaat is een letter, van A++++ tot en met G, en wordt geregistreerd bij EP-online, de landelijke database van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
De labelklasse van een woning is gebaseerd op het primair fossiel energiegebruik per vierkante meter gebruiksoppervlakte per jaar. De gebruiksoppervlakte is dus geen bijzaak: hij zit in de noemer van de berekening. Een fout in de oppervlakte werkt direct door in de uitkomst.
Welke gebruiksoppervlakte gebruikt het energielabel?
Het energielabel rekent met de gebruiksoppervlakte van de thermische zone: het deel van de woning dat verwarmd wordt en binnen de geïsoleerde schil ligt. Welke ruimtes daarbinnen vallen, bepaal je volgens de NTA 8800. De oppervlakte zelf meet je volgens de Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen, die is gebaseerd op NEN 2580. De meetinstructie zegt dat letterlijk: de gebruiksoppervlakte voor het energielabel wordt op dezelfde manier gemeten.
In het kort betekent dat:
- Je meet op vloerniveau, binnen de buitenmuren en de muren met de buren. Buitenmuren tellen niet mee.
- Binnenwanden tellen wel mee, dragend en niet-dragend.
- Vloer met een netto hoogte lager dan 1,5 m telt niet mee, behalve onder een trap.
- Een trapgat of vide van 4,0 m² of groter trek je af. Kleiner dan 4,0 m² telt mee.
Hoe dat precies werkt, lees je in Gebruiksoppervlakte berekenen: stap voor stap en in NEN 2580 uitgelegd.
De gebruiksoppervlakte op het energielabel kan afwijken van de woonoppervlakte op Funda. Funda noemt alleen de gebruiksoppervlakte wonen. Het energielabel kijkt naar de thermische zone. Een verwarmde inpandige garage of een geïsoleerde kelder kan daar bijvoorbeeld wel bij horen, terwijl hij op Funda als overige inpandige ruimte telt. Lees meer in Woonoppervlakte berekenen.
Waarom een plattegrond bij de opname?
Het opnameprotocol schrijft niet voor dat je een nette tekening maakt. Wel moet je de maten en kenmerken van de woning vastleggen en kunnen onderbouwen. Het dossier van een opname kan achteraf worden gecontroleerd. Een plattegrond met maten helpt daarbij op vier manieren:
- Gebruiksoppervlakte. Uit een plattegrond op binnenmaat volgt de oppervlakte per ruimte en per verdieping. Zo zie je precies welke ruimtes binnen de thermische zone vallen en wat die samen groot zijn.
- De schil. Voor de berekening heb je de oppervlakte van gevels, dak, vloer, ramen en deuren nodig, en de oriëntatie van de gevels. Met een plattegrond met noordpijl en gevellengtes reken je die oppervlaktes na.
- Onderbouwing. Een tekening laat zien waar je wat hebt gemeten. Dat is bij een controle makkelijker uit te leggen dan een lijst losse getallen.
- Hergebruik. Dezelfde tekening kun je later gebruiken bij een maatwerkadvies, een verbouwing of een nieuw label na isolatie.
Controleer altijd het opnameprotocol dat voor jou geldt. Dat bepaalt welke bewijsstukken je moet bewaren.
Wat staat er op een goede plattegrond voor een opname?
- Elke verdieping apart, met een duidelijke naam: begane grond, eerste verdieping, zolder.
- Muren op binnenmaat, zodat de oppervlakte per ruimte klopt met de meetinstructie.
- Naam en oppervlakte per ruimte, en het totaal per verdieping. Zo kun je ruimtes buiten de thermische zone, zoals een onverwarmde berging, apart zetten.
- Deuren en ramen op de juiste plek en met de juiste breedte. Samen met de hoogte geeft dat de glasoppervlakte per gevel.
- Een noordpijl, zodat de oriëntatie van gevels, ramen en een eventueel dak met zonnepanelen vastligt.
- Schuine daken met hoogtelijnen op 1,5 m en 2,0 m, zodat duidelijk is welk deel van de zolder meetelt.
- De berging, garage of aanbouw, ook als die buiten de thermische zone valt. Dan is zichtbaar wat je bewust niet hebt meegerekend.
Meubels zijn niet nodig. Een opnametekening is bedoeld om maten en oppervlaktes vast te leggen, niet om de woning te verkopen.
Hoe Dinoplan hierbij helpt
In Dinoplan teken je de woning in je browser, tijdens of direct na de opname. Je typt de maten in die je met de laserafstandsmeter hebt gemeten, of je trekt een bouwtekening van de eigenaar over als PDF of foto. Zodra een ruimte gesloten is, rekent Dinoplan de binnenwerkse oppervlakte uit. Je ziet de oppervlakte per ruimte en per verdieping, en zet die met één vinkje als tabel op de PDF voor je dossier. Op zolders teken je het dakvlak en zie je de lijnen op 1,5 m en 2,0 m.
Dinoplan berekent het energielabel zelf niet. Daarvoor gebruik je je rekensoftware. Dinoplan levert de plattegrond en de oppervlaktes die je daarin invoert en als onderbouwing bewaart. Een volledig NEN 2580-meetrapport is nog in ontwikkeling. Meer lees je op Dinoplan voor energielabel-adviseurs.
Veelgestelde vragen
Moet ik als energielabel-adviseur een plattegrond maken?
Een nette tekening is geen verplichting, maar je moet de maten en de gebruiksoppervlakte wel vastleggen en kunnen onderbouwen. Een plattegrond met maten is daarvoor de meest overzichtelijke vorm. Welke bewijsstukken verplicht zijn, staat in het opnameprotocol dat voor jou geldt.
Is de gebruiksoppervlakte op het energielabel dezelfde als de woonoppervlakte op Funda?
Niet altijd. Beide worden gemeten volgens de meetinstructie, maar het energielabel rekent met de thermische zone en Funda met de gebruiksoppervlakte wonen. Een verwarmde inpandige garage kan bijvoorbeeld wel in de thermische zone zitten, maar telt op Funda als overige inpandige ruimte.
Berekent Dinoplan het energielabel?
Nee. Dinoplan is plattegrondsoftware. Het berekent de binnenwerkse oppervlakte per ruimte en per verdieping en zet die op de export. De energieprestatie bereken je met je eigen rekensoftware volgens de NTA 8800.