Kennisbank

Plattegrond voor het energielabel: checklist voor de opname

Bijgewerkt op

Bij een energielabel-opname leg je de woning vast: hoe groot, hoe gebouwd, hoe geïsoleerd, welke installaties. Een plattegrond met maten is de meest overzichtelijke manier om de gebruiksoppervlakte en de schil te onderbouwen. Dit artikel is een checklist: wat moet erop, wat meet je ter plaatse en wat controleer je voordat je de woning verlaat. Waarom de gebruiksoppervlakte zo belangrijk is voor het label, lees je in Plattegrond voor het energielabel. Dit artikel is de praktische lijst ernaast.

Deze checklist is een hulpmiddel, geen vervanging van het opnameprotocol dat voor jou geldt. Dat protocol bepaalt welke gegevens en bewijsstukken je moet vastleggen. Controleer het altijd zelf.

Voor de opname

  • Bestaande tekeningen opvragen. Vraag de eigenaar om bouwtekeningen, een eerder meetrapport of de plattegrond uit de verkoopbrochure. Een bouwtekening kun je als achtergrond gebruiken en overtrekken; lees Plattegrond overtrekken van een bouwtekening.
  • Vorig label bekijken. Staat er al een label in EP-online, dan weet je welke gebruiksoppervlakte eerder is geregistreerd. Een groot verschil met jouw meting vraagt om een verklaring.
  • Gereedschap. Laserafstandsmeter, een meetlint voor muurdiktes, camera of telefoon voor foto’s, en een manier om ter plaatse te schetsen of direct te tekenen.

De checklist: wat staat er op de plattegrond?

OnderdeelWaaromAfgevinkt?
Elke bouwlaag apart, met naam (begane grond, eerste verdieping, zolder)De gebruiksoppervlakte tel je per bouwlaag op☐
Buitenmuren op binnenmaatDe meetinstructie meet binnen de buitenmuren☐
Muurdiktes van buitenmuren en woningscheidende murenNodig om de tekening sluitend te maken en voor de schil☐
Naam en oppervlakte per ruimte, totaal per bouwlaagOnderbouwing van de gebruiksoppervlakte van de thermische zone☐
Per ruimte: verwarmd of onverwarmd, binnen of buiten de thermische zoneBepaalt welke oppervlakte voor het label telt (NTA 8800)☐
Deuren en ramen op de juiste plek, met breedteMet de hoogte geeft dat de glasoppervlakte per gevel☐
Hoogte van ramen en deuren (apart genoteerd)Een plattegrond toont alleen de breedte☐
NoordpijlOriëntatie van gevels, ramen en dak☐
Schuin dak met 1,5 m- en 2,0 m-lijnenBepaalt welk deel van de zolder meetelt☐
Verdiepingshoogte per bouwlaagNodig voor de oppervlakte van gevels en voor de inhoud☐
Berging, garage, aanbouw, serreZichtbaar wat je bewust wel of niet hebt meegerekend☐
Aangrenzende situatie: buren, onverwarmde ruimte, buitenlucht, grondPer gevel-, vloer- en dakdeel weet je waar de warmte naartoe gaat☐
Plek van installaties (ketel, warmtepomp, boiler, ventilatie)Terugvindbaar bij een controle☐
Trapgat of vide, met oppervlakteVanaf 4,0 m² trek je het af☐

De gebruiksoppervlakte: vier regels die je ter plaatse toepast

De gebruiksoppervlakte voor het energielabel meet je volgens de Meetinstructie Gebruiksoppervlakte woningen, gebaseerd op NEN 2580. Welke ruimtes binnen de thermische zone vallen, bepaal je volgens de NTA 8800. De meetregels in het kort:

  1. Meet op vloerniveau, binnen de buitenmuren en de muren met de buren. Binnenwanden tellen mee, dragend en niet-dragend.
  2. Vloer lager dan 1,5 m telt niet mee, behalve onder een trap. Teken op de zolder de 1,5 m-lijn.
  3. Een trapgat of vide van 4,0 m² of groter trek je af. Kleiner telt mee.
  4. Een leidingschacht of inspringend bouwdeel van 0,5 m² of groter gaat eraf; kleiner telt mee. Radiatoren, leidingen en kozijnen negeer je.

Alle regels met uitleg staan in NEN 2580 meetinstructie: de 12 regels. Houd in gedachten dat het energielabel kijkt naar de thermische zone en Funda naar de gebruiksoppervlakte wonen; die twee kunnen verschillen. Lees Woonoppervlakte vs gebruiksoppervlakte.

Tijdens de opname: een vaste volgorde

  1. Loop eerst de hele woning door zonder te meten. Je ziet dan waar de thermische schil loopt, welke ruimtes verwarmd zijn en of er is aangebouwd.
  2. Schets of teken per bouwlaag, altijd in dezelfde richting (bijvoorbeeld met de klok mee vanaf de voordeur). Zo sla je geen ruimte over.
  3. Meet de grote maten eerst: de binnenbreedte en -diepte van de bouwlaag. Daarna de ruimtes. De som van de ruimtes plus de wanden moet uitkomen op de grote maat; zo controleer je jezelf.
  4. Meet deuren en ramen: breedte en hoogte, en noteer het type glas en kozijn volgens je protocol.
  5. Meet de hoogtes: verdiepingshoogte per bouwlaag, en op de zolder waar het dak 1,5 m en 2,0 m hoog is.
  6. Fotografeer wat je vastlegt: gevels, dak, kozijnen, installaties, de meterkast. Foto’s onderbouwen je opname bij een controle.
  7. Controleer voor vertrek of elke bouwlaag sluit, of alle ruimtes een naam hebben en of de totalen per bouwlaag kloppen met de grote maten.

Veelgemaakte fouten

  • Per kamer meten en optellen. Dan mis je de oppervlakte onder de binnenwanden. Meet de bouwlaag als geheel, of teken op binnenmaat en laat de software de bouwlaag optellen.
  • De zolder helemaal meetellen of helemaal weglaten. Alleen de strook lager dan 1,5 m gaat eraf. Of de zolder verwarmd is en binnen de schil ligt, is een aparte vraag.
  • Een onverwarmde aanbouw stilzwijgend meetellen. Teken hem wel, maar markeer hem als buiten de thermische zone.
  • Raamhoogtes vergeten. Een plattegrond toont breedtes; zonder hoogtes kun je de glasoppervlakte niet berekenen.
  • Geen noordpijl. Zonder oriëntatie kun je gevels en zonnepanelen niet goed invoeren.

Hoe Dinoplan hierbij helpt

In Dinoplan teken je de woning tijdens of direct na de opname, op een laptop. Je typt de maten in die je met de laserafstandsmeter hebt gemeten, of je trekt een bouwtekening over. Zodra een ruimte gesloten is, zie je de binnenwerkse oppervlakte per ruimte en het totaal per bouwlaag; met één vinkje komt die tabel op de PDF voor je dossier. Deuren en ramen teken je met breedte, op zolders zie je de 1,5 m- en 2,0 m-lijnen en een noordpijl zet je erbij. Dinoplan berekent het energielabel niet en vervangt je rekensoftware niet; het levert de plattegrond en de oppervlaktes die je daar invoert en als onderbouwing bewaart. Een officieel NEN 2580-meetrapport maakt Dinoplan niet (dat kan bij SAM2580), en Dinoplan werkt alleen op een computer, niet op je telefoon. Meer op Dinoplan voor energielabel-adviseurs, de functies en de prijzen. Nieuw met tekenen? Lees hoe je een plattegrond maakt.

Veelgestelde vragen

Is een plattegrond verplicht bij een energielabel-opname?

Een nette tekening is geen verplichting, maar je moet de maten en de gebruiksoppervlakte vastleggen en kunnen onderbouwen. Welke bewijsstukken verplicht zijn, staat in het opnameprotocol dat voor jou geldt.

Welke gebruiksoppervlakte gebruik ik voor het label?

Die van de thermische zone: het verwarmde deel binnen de geïsoleerde schil. De oppervlakte meet je volgens de meetinstructie; welke ruimtes meetellen, bepaal je volgens de NTA 8800.

Moet ik meubels tekenen?

Nee. Een opnametekening legt maten, ruimtes en de schil vast. Meubels leiden alleen af.

Hoe noteer ik raamhoogtes op een plattegrond?

Een plattegrond toont alleen breedtes. Noteer de hoogtes apart, bijvoorbeeld als tekst bij het raam of in een lijst per gevel. Samen met de breedte geeft dat de glasoppervlakte.

Berekent Dinoplan het energielabel?

Nee. Dinoplan is plattegrondsoftware. Het berekent de binnenwerkse oppervlakte per ruimte en per bouwlaag en zet die op de export. De energieprestatie bereken je met je eigen rekensoftware volgens de NTA 8800.